Vespers, Rachmaninov

Projectkoor Personare zingt o.l.v. Ad van Unen op 26 en 27 maart de Vespers van Rachmaninov.

‘All-Night Vigil’ of Vespers is een a capella compositie voor gemengd koor. De eerste zes delen bevatten originele canonieke teksten van de vesperdienst. De overige negen delen die van de Metten. Het wordt bejubeld als “het mooiste werk dat de componist ooit heeft geschreven” en “het schitterendste product van de Slavisch-orthodoxe kerk”.

In deze uitvoering zal het klankbeeld van de Vespers worden verrijkt met een harmonium, bespeeld door Klaas Hoek.

De kaartverkoop is hier gestart!

Rachmaninov’s “All-Night Vigil” is een a capella compositie voor koor, die hij binnen slechts twee weken schreef en die in maart 1915 zijn première beleefde in Moskou. Het werk bestaat uit teksten, ontleend aan de Grieks-Byzantijnse ritus. Toch is de vertaling van de titel van het werk met alleen het woord “Vespers” misleidend en onvolledig. Alleen de eerste zes delen bevatten namelijk originele canonieke teksten van de vesperdienst. Zijn “Vespers” worden bijna nooit tijdens kerkdiensten gebruikt, maar des te vaker in concertzalen uitgevoerd en daar met groot enthousiasme ontvangen. Zo werd het werk na de première binnen dezelfde maand nog maar liefst vijf keer opnieuw uitgevoerd.“All-Night Vigil” wordt bejubeld als “het mooiste werk dat de componist ooit heeft geschreven” en “het schitterendste product van de Slavisch-orthodoxe kerk”.
De “All-Night Vigil” van Rachmaninov wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Russische meerstemmige sacrale muziek, in 1882 ingezet met de gelijknamige compositie van Sergei Tsjaikovski (op. 52). Diens compositie is voor Rachmaninov een belangrijke inspiratiebron geweest, maar zijn meerstemmige zetting is meer succesvol dan die van Tsjaikovski met name in het uitbeelden van de religieuze betekenis van de tekst.

Die veelheid van stemmen voert de luisteraar door een breed scala van emoties. De berusting van Simeon (deel 5, “Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan”) met de prachtige tenorsolo en de diepe bassen, die “stap voor stap in de tombe afdalen”. Toen hij het voor het eerst voorspeelde voor Nicolai Danilin, die het werk zou dirigeren, slaakte deze een zucht met de opmerking: “Waar haal ik in godsnaam zulke diepe bassen vandaan? Die zijn even zeldzaam als asperges met Kerstmis!” Al even veelzeggende voorbeelden van dat brede scala van emoties zijn de gewijde stemming van het “Ave Maria” in deel 6 en het extatische 15e deel (“Aan u, triomferende Heer der heerscharen”).